In het dorp Renkum herinnert de Manasseweg, gelegen tussen de Groeneweg en de Enkweg aan één van de joodse families die voor 1940 in Renkum woonden. Tijdens de raadsvergadering van 26 juni 1963 werd het voorstel van raadslid Meeuwsen, om een gedeelte van de Kerstenweg, Manasseweg te noemen, aangenomen.
Eugenius Rudolph Manasse werd op 18 december 1853 geboren te Elst.
In 1878 trouwde de verwersknecht, woonachtig in Elst met de in Renkum op 24 september 1856 geboren schildersdochter Geertrui Schenk.
De huisschilder Jacob Eleazer Schenk was op 15 januari 1877 overleden. Het echtpaar Manasse-Schenk vestigde zich na hun huwelijk in Renkum en zette het schildersbedrijf Schenk, onder de naam Manasse, voort.
Het echtpaar Manasse-Schenk kreeg zeven kinderen, zes zonen en één dochter. Het gezin was niet religieus, de kinderen volgden lager onderwijs aan de openbare school in Renkum.
De oudste zoon Jacob Rudolph werd geboren op 5 juni 1879 te Renkum.
Op 4 november 1908 werd in Renkum het huwelijk voltrokken tussen Jacob Rudolph Manasse en Diena Sternfeld, geboren op 05-08-1882 te Renkum, overleden op 15-10-1942 te Auschwitz. Het huwelijk werd ontbonden op 28-10-1915. Diena was de dochter van Salomon Isaac Sternfeld en Dientje Cohen. Jacob Rudolph Manasse verhuisde in september 1916 naar Utrecht, hij kwam kennelijk weer terug in Renkum want in april 1920 vertrok hij naar Amsterdam. Op 27 mei 1925 werd in Amsterdam het huwelijk voltrokken tussen Jacob Rudolph Manasse en Elisabeth Parsser. In Amsterdam was Jacob Rudolph werkzaam als drogist. Samen met zijn vrouw Elisabeth Parsser werd hij op 4 juni 1943 in Sobibor vermoord.
De tweede zoon Adolf (Dolf) Manasse werd op 18 juli 1881 te Renkum geboren. Dolf was zwakbegaafd. Hij werkte bij zijn vader in het schildersbedrijf en later na het overlijden van zijn vader in 1923, bij zijn broer Genus.
Na bijna zestig jaar in Renkum in zijn vertrouwde omgeving, te midden van familieleden te hebben gewoond, werd Dolf op 31 mei 1941, waarschijnlijk voor zijn eigen veiligheid overgebracht naar de Joodse psychiatrische inrichting ‘Het Apeldoornsche Bosch aan de Zutphenseweg in Apeldoorn.
Aanvankelijk leek het erop dat de Nazi’s Het Apeldoornsche Bosch ongemoeid zouden laten. Woensdag 20 januari 1943 verscheen echter de Ordedienst van Kamp Westerbork, naar bleek, een dag te vroeg. Op het station van Apeldoorn werd ondertussen een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel is in die nacht gevlucht en ondergedoken. In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 werden alle patiënten, soms naakt, verward of in dwangbuis, door eenheden van de Waffen-SS en de Ordnungspolizei onder de persoonlijke leiding van Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.
Deze trein vertrok de volgende ochtend om 7 uur en bracht de bijna 1200 patiënten en 50 van de personeelsleden, rechtstreeks naar Auschwitz, waar de patiënten en personeelsleden bij aankomst op 25 januari 1943 zijn vergast of doodgeschoten.
Adolf Manasse was één van hen.
Emanuel Alexander (Maantje) Manasse was drogist, boekhandelaar en uitgever van de Renkumse Courant en woonde in de Dorpsstraat in Renkum. Hij was op 21 november 1882 in Renkum geboren en getrouwd met Fanny Hartogsohn afkomstig uit Emden, Duitsland waar zij op 14 mei 1885 werd geboren.
Het echtpaar Manasse kreeg twee zonen, Herman en Eugene.
In oktober 1940 moesten alle ondernemingen van Joodse eigenaren en alle ondernemingen met een overwegend Joods belang worden gemeld bij de Wirtschaftsprüfstelle (bedrijfscontroledienst), waarna zij door de Duitse autoriteiten een Verwalter of zaakwaarnemer kregen toegewezen. Alle transacties moesten vanaf dat moment door deze Verwalter worden goedgekeurd. Nadat de Joodse eigenaren waren gedeporteerd werden de ondernemingen in beslag genomen, geliquideerd of verkocht.
In oktober 1942 verdween de familie Manasse uit Renkum. Het echtpaar Manasse-Hartogsohn was ondergedoken in De Bosbeek in Bennekom. Eind maart 1943 werden ze op het onderduikadres gearresteerd en werden op 2 april overgebracht naar kamp Westerbork, waar zij in barak 62 verbleven, op 6 april werden ze op transport gesteld naar Sobibor waar ze op 9 april 1943 werden vermoord.
Zoon Julius Frederik Manasse werd geboren op 3 juli 1884 en overleed bijna drie jaar oud op 9 maart 1887 in Renkum.
Dochter Francine Wilhelmina (Mina) Manasse werd op 18 augustus 1888 te Renkum geboren. Zij trouwde in 1914 met Maurits Jozef Dichne uit Amsterdam.
In Renkum werd in 1914 de zoon Eugenius Zadok geboren en in 1917 de dochter Alida Geertruida. Het gezin Dichne vestigde zich, vanuit Renkum, op 6 juni 1934 in Amsterdam.
Het echtpaar Dichne werd op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord.
Zoon Eugenius Dichne en zijn vrouw Jansje Meljado werden op 11 juni 1943 in Sobibor vermoord.
Eugenius Rudolph (Genus) Manasse werd op 15 juni 1890 te Renkum geboren. Hij trouwde met Marianne Keizer. Genus was, evenals zijn vader, schilder en zette het schildersbedrijf na het overlijden van zijn vader op 29 maart 1923, voort.
Het echtpaar Manasse-Keizer verdween in oktober 1942 uit Renkum. Zij vonden een onderduikplaats bij Cornelis Bosch en Maaike Bosch- van Soolingen aan de Kerkweg in Heelsum, een gezin met drie jonge kinderen. Cornelis en Maaike Bosch hebben vanaf oktober 1942 vijf joodse onderduikers in huis gehad. Begin april 1944 kwam daar voor enkele weken de doodzieke joodse Josina de Winter bij, die op 28 april 1944 overleed.
Ook tijdens de evacuatie van Heelsum, begin oktober 1944, lukte het om de vijf joodse onderduikers veilig naar Bennekom te loodsen. Alle vijf overleefden.
Eugenius Rudolph Manasse overleed op 11 mei 1954 in het ziekenhuis te Wageningen, Marianne Keizer overleed op 1 juni 1958, ze zijn begraven op de Nieuwe Israëlitische begraafplaats in Wageningen
De jongste zoon Eduard Louis (Ietje) Manasse, geboren te Renkum op 14 oktober 1895, oud leerling van de Wageningse H.B.S., was boekhouder van beroep. Hij trouwde in 1920 met Sophia Kaufman geboren op 28 juli 1900 in Arnhem, dochter van de kleermaker Isidor Kaufman en Betje Menko. Het echtpaar kreeg één zoon Isidor. Ietje Manasse was procuratiehouder bij een knopenfabriek in Nijkerk. Het gezin woonde in Amersfoort, Schimmelpenninckstraat.
Eduard Louis Manasse werd vermoord in Auschwitz op 19 oktober 1942, volgens een vermelding in het boek ‘Zullen wij nog terugkeren…..’ De Jodenvervolging in Amersfoort tijdens de Tweede Wereldoorlog van Kees Ribbens. Op de officiële overlijdensakte van de gemeente Amersfoort staat vermeld, overlijdensplaats onbekend.
Zijn vrouw Sophia Kaufman en zoon Isidor overleefden de oorlog.
Bronnen:
‘Een eerlijcke plaats’
Memorboek van Joods Wageningen en omgeving A.G.Steenbergen
‘Zullen wij nog terugkeren….’
De Jodenvervolging in Amersfoort tijdens de Tweede Wereldoorlog, Kees Ribbens
Archief Eemland
Vereniging Oud Apeldoorn>Historie
Stadsarchief Amsterdam
Gelders archief
Renkum gemeente archief
Wageningen gemeente archief